Home Archief

12 april 2011

Unieke EOD klus in Nederland

 

Na ongeveer 1 jaar voorbereidingstijd was het op 11 maart jl. eindelijk zover. Op het militaire vliegveld te Leeuwarden zijn 2 brandbommen onschadelijk gemaakt. Henk van Dijk, Hoger Veiligheidskundige bij ACVO opleidingen en advies bv was aanwezig ter ondersteuning van de medewerkers (ECG) en deels EOD.

 

De brandbommen zijn in WOII afgeworpen. Beide zijn als blindganger in de bodem achtergebleven. In 2010 zijn beide bommen gelokaliseerd. Door de stank en het onbekende van de inhoud is toen de ruiming gestaakt. De inhoud bleek te bestaan uit benzeenrubber, een rubberachtige substantie met benzeen. In het daaropvolgende traject zijn vele instanties betrokken geweest, o.a.:

  • ECG als civiele aannemer, voorzien van de BRL OCE voor lokaliseren van de bommen, het vrijgraven en identificeren;
  • RIVM voor metingen naar de omgeving bij vrijgraven en onschadelijk maken;
  • Marechaussee voor het afzetten van de omgeving buiten de luchthaven;
  • militaire brandweer;
  • militaire ambulance;
  • Gemeente Leeuwarden;
  • EOD voor het uiteindelijk onschadelijk maken van de bommen;
  • ACVO voor de veiligheidskundige begeleiding.

Het type bom is in Nederland uniek. Het betreft een voorloper van napalm en er zijn er maar een paar honderd van gemaakt (Engeland) waarvan er waarschijnlijk maar 4 – 10 zijn afgeworpen boven Nederlands grondgebied.

  • Voorafgaand aan de start van het werk zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
  • overleg tussen betrokken instanties over werkmethode, werkvolgorde en verantwoordelijkheden bij de verschillende fase van benadering en uiteindelijk onschadelijk maken van de bommen;
  • voorlichting en onderricht door mij aan alle betrokkenen die binnen de zone moesten werken (ECG / EOD / RIVM);
  • opstellen en toetsen veiligheids- en gezondheidsplan uitvoeringsfase;
  • afzetting locatie (CROW 132);
  • inrichten locatie (gebied) conform eisen EOD;
  • afstemming met externe partijen i.v.m. mogelijke calamiteiten.

Op 11 maart is om 10.30 uur gestart met het zoeken van de bommen op ca. 2,5 m diepte. Bij de benadering bleken de bommen op 4 – 5 m diepte te liggen. Dat resulteerde in extra risico’s zoals werken in diepe putten die slecht toegankelijk zijn en het inzakken van de ontgravingswanden aangezien de bommen ca. 2 m beneden de grondwaterlijn lagen in de keilgrond.

 

In de putten werden daarom ladders geplaatst en zijn de wanden na detectie ontgraven onder natuurlijk talud voor de mensen van de EOD. De medewerkers moesten met aangeblazen lucht werken vanwege de hoge benzeenconcentratie diep in de put.

 

Tijdens de werkzaamheden in de put werden continue metingen gedaan naar aanwezig benzeen en de actiewaarde van de onderste explosiegrens. Op het werk was continue een DLPer en Henk van Dijk als HVK aanwezig ter ondersteuning van de medewerkers (ECG) en deels EOD.